Veel kleding bestaat inmiddels uit complexe mixen van polyester, elastaan en katoen. “Het meest ideaal is 100 procent katoen of wol. Maar dat zie je bijna niet meer.” Toen Wolkat begon in 1948, vlak na de Tweede Wereldoorlog, was dat wel anders. Met een handkar trokken de oprichters door de straten om gebruikte kleding en textiel op te halen: puur katoen, wol en linnen, relatief eenvoudig te hergebruiken of te verwerken tot garen. Gelukkig zijn er dertig jaar later betere en geautomatiseerde technieken om stoffen te scheiden, maar de opkomst van ultra fast fashion helpt niet mee.
“Wat nog verkoopbaar is, verdwijnt nu eerder via tweedehands platforms als Vinted dan in de kledinginzamelcontainer om de hoek. Opzich goed, maar wat wij binnenkrijgen is vaak de rest: enorme hoeveelheden kleding van slechte kwaliteit, waar je nauwelijks iets mee kunt,” legt Van Binsbergen uit. “Die ultra fast fashion kwaliteit vervuilt de hele stroom. Het is troep waar de recyclingindustrie niets aan heeft.”
Toch lukt het Wolkat om ook schonere kledingstromen binnen te krijgen voor recycling. Naast de gemeentelijke inzameling hebben ze het eigen Drop & Loop-systeem opgezet: inzamelpunten in winkels waar consumenten kleding achterlaten tijdens het shoppen. “Deze volumes zijn kleiner, maar de kwaliteit is veel beter. Je krijgt minder rommel en minder restafval, waardoor we het beter kunnen verwerken,” zegt Van Binsbergen.
Wat in Tilburg wordt gesorteerd, wordt in de eigen fabriek van Wolkat in Marokko verwerkt tot nieuwe garens en uiteindelijk tot eindproducten zoals dekens en matrassen. “Dat is de enige reden dat wij kunnen doordraaien zoals we doen,” zegt Van Binsbergen. “Inzamelen en sorteren is op dit moment verliesgevend. Pas doordat we er zelf een eindproduct van maken, kunnen we marge halen en de cirkel rondmaken.”
Volgens Van Binsbergen zouden meer bedrijven die kant op moeten. “Uiteindelijk is dit de enige manier om het probleem echt op te lossen: de cirkel helemaal rondmaken, van begin tot eind.”
Wat daarbij hard nodig is, is stevige regelgeving en samenwerking. Van Binsbergen pleit voor een zogenaamde bijmengverplichting: een minimumpercentage gerecycled garen in nieuw textiel. “Begin met twee of drie procent en bouw dat langzaam op naar dertig of vijftig procent. Dan ontstaat vanzelf een stabiele vraag naar gerecyclede garens. Nu is virgin materiaal nog goedkoper omdat olieprijzen laag zijn, maar zonder verplichting gaat de markt het nooit zelf oplossen. Dan blijft het gebruik van gerecycleerde garens een kwestie van intrinsieke motivatie.”
"Alleen een paar testjes of kleine samenwerkingscollecties leveren geen continuïteit op."
Niels van Binsbergen, CEO Wolkat
Daarnaast ziet hij samenwerking binnen de sector als cruciaal. “We moeten vaste stromen creëren die ook voor andere initiatieven bruikbaar zijn, bijvoorbeeld voor upcycling. Alleen een paar testjes of kleine samenwerkingscollecties leveren geen continuïteit op. Daar loopt de hele sector tegenaan: zonder structurele samenwerking blijft het bij losse projecten waar niemand echt op kan bouwen.”
Toch blijft Van Binsbergen optimistisch over de toekomst. “Ons concept laat zien dat het kan: van afval weer een eindproduct maken. Eerlijk is eerlijk: de komende jaren worden lastig, maar als er een stop komt op ultrafast fashion of de reclame hierover, er bijmengverplichtingen worden ingevoerd en consumenten steeds bewuster kiezen voor kwaliteit, dan kan de textielindustrie een heel goede toekomst tegemoet gaan.”