Willen we circulair opschalen en onszelf minder afhankelijk maken van buitenlandse grondstoffen, dan moeten we circulair ondernemerschap anders gaan waarderen. Dat vraagt om eerlijke beprijzing van nieuwe fossiele materialen en gerichte investeringen in circulaire schaal om de markt in beweging te brengen.
Future Up ontwikkelde een instrument die dit realiseert: de circulaire hefboom. De opbrengst van de heffing op fossiel wordt geïnvesteerd in bedrijven die materialen in de economie houden. Kortom, de vervuiler betaalt de investeringen van bedrijven die inzetten op circulair.
Bekijk de video hieronder en je weet precies hoe de hefboom werkt.
Nieuwe fossiele materialen zijn vaak goedkoper dan circulaire alternatieven. Daardoor blijven circulaire initiatieven klein en komt opschaling niet van de grond. Dat is geen kwestie van onwil, maar van prijsprikkels. Zolang fossiel financieel aantrekkelijker blijft, verandert de markt niet vanzelf. Daar zijn spelregels voor nodig. Bij de energietransitie zagen we dit ook. Een verplichte warmtepomp bij nieuwbouw, of fiscaal voordeliger elektrische auto’s kopen met als resultaat meer elektrische rijders. Deze ingrepen door de overheid waren essentieel om gezonde marktwerking op gang te helpen.
Net zoals gerichte maatregelen eerder de energiemarkt in beweging brachten, zorgt de circulaire hefboom voor nieuwe spelregels in de materialenmarkt. Essentieel voor Nederland om het overheidsdoel van een volledig circulaire economie in 2050 te halen.
Een meubelbedrijf verkoopt een stoel aan een Nederlandse consument die voor vijftig procent uit nieuwe plastics bestaat. Over dat deel betaalt het bedrijf een heffing. Over het deel met gerecyclede of niet-fossiele materialen niet.
Het fonds investeert in sterkere recyclaten en betaalbare biobased alternatieven. Daardoor wordt het voor het meubelbedrijf fiscaal voordeliger en aantrekkelijker om te werken met circulaire materialen. Hoe circulairder het product, hoe lager de afdracht.
Zo ontstaat een hefboom in de hele keten.
EU-lidstaten bepalen zelf hun belastingen en dus financiële prikkels. Als je deze belastingen inzet als circulaire hefboom, werkt het zo: via prijsverschillen maak je duurzame en circulaire keuzes aantrekkelijker en vervuilende producten relatief duurder. Zo’n heffing of belasting mag gelden voor alle bedrijven die hun producten op de Nederlandse markt verkopen, dus zowel Nederlandse als buitenlandse aanbieders. Een plastic shirt van SHEIN wordt dan op dezelfde manier belast als een plastic shirt van een Nederlands merk.
Ministeries en juristen werken deze circulaire hefboom momenteel uit tot een wet. Ook werken consultancypartijen aan de impactanalyse van deze circulaire hefboom. Zie hier de laatste Kamerbrief over de hefboom.
Hoe verhoudt de circulaire hefboom zich tot de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV)?
De Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid, kortweg UPV, is een bestaand instrument van de overheid. Het principe is simpel: een sector krijgt doelen voor afvalverwerking. Bijvoorbeeld dat negentig procent van de producten van een sector moet worden gerecycled. Bedrijven mogen vervolgens zelf bepalen hoe ze dat organiseren, vaak via een gezamenlijke stichting.
UPV’s zijn belangrijk. Ze zetten druk op goede afvalverwerking en zorgen dat producenten verantwoordelijkheid nemen. De circulaire hefboom is niet nodig als UPV's voldoende snel en integraal een transitie in een keten weten aan te jagen richting circulair. Maar in de praktijk zien we ook de grenzen van sommige UPV's.
In een aantal sectoren worden de doelstellingen niet gehaald. Partijen die de circulaire keten draaiend moeten houden – inzamelaars, sorteerders, recyclers en biobased producenten – krijgen vaak net genoeg middelen om de basis draaiende te houden. Geld voor innovatie, automatisering en opschaling ontbreekt meestal.
Daarnaast stuurt een UPV juridisch gezien op afvalverwerking. Terwijl een circulaire economie juist vraagt dat producten zo lang mogelijk géén afval worden. Deze circulaire hefboom stuurt dus op een ander aspect van circulariteit.
Als een UPV goed functioneert en een sector op koers ligt richting 2050, dan is een circulaire hefboom niet direct nodig. Hooguit als extra prikkel. Maar in sectoren waar het systeem onvoldoende versnelt – en dat is op dit moment vaker wel dan niet het geval – biedt de circulaire hefboom een aanvullend instrument om echt tempo te maken.
Kan de circulaire hefboom onderdeel worden van een UPV?
Nee, dat kan niet. En zelfs als het technisch zou kunnen, is het niet wenselijk.
Ten eerste is een UPV meestal georganiseerd via een stichting. Het ministerie van Financiën kan zo’n stichting niet aanwijzen als belastingplichtige voor een heffing op nieuwe fossiele materialen. Een stichting kan zichzelf opheffen en is daarmee geen stabiele partij om fiscale instrumenten aan op te hangen.
Daarnaast kan de overheid binnen een UPV niet sturen op de hoogte van een heffing zoals bij een belastinginstrument. Zeker nu steeds meer UPV-regels vanuit Brussel komen en fiscale bevoegdheden bij lidstaten liggen, is die ruimte beperkt.
Maar belangrijker: een UPV moet kostendekkend zijn. Dat is Europees vastgelegd. Dat betekent dat er niet structureel meer geld mag worden opgehaald dan nodig is voor de directe kosten van afvalverwerking.
Juist die extra investeringen – in innovatie, schaalvergroting en nieuwe technologie – zijn nodig om circulaire materialen echt concurrerend te maken. De circulaire hefboom creëert die ruimte wel.
Waar komt de circulaire hefboom vandaan?
De circulaire hefboom is ontwikkeld aan de zogenoemde Plastictafel. Dat was een initiatief vanuit de politiek om bedrijven, brancheorganisaties en maatschappelijke partijen uit de plasticketen bij elkaar te brengen. Future Up zat aan deze tafel en ontwikkelde de circulaire hefboom.
De concrete opdracht: kom met een uitvoerbaar alternatief voor de Nationale Circulaire Plastics Norm. Die norm moest het gebruik van gerecyclede content verplicht stellen, maar bleek in de praktijk complex en onvoldoende effectief. Bovendien lag de verplichting op een plek in de keten waar niet de strategische materiaalkeuzes worden gemaakt.
De circulaire hefboom pakt dat anders aan. In plaats van een bijmengverplichting stuurt het voorstel via de prijsprikkel. Het corrigeert de markt zonder het doel los te laten: meer gerecyclede en duurzame materialen in producten.
Is er draagvlak voor de circulaire hefboom?
Ja. De partijen aan de Plastictafel – van VNO-NCW tot Plastics Europe en van VNCI tot Natuur & Milieu – hebben hun handtekening gezet onder het eindrapport waarin de circulaire hefboom een belangrijk onderdeel is.
Dat betekent dat zowel het bedrijfsleven als maatschappelijke organisaties zich achter deze richting scharen.
Ook politiek is er steun. Een motie van Kamerlid Wingelaar (NSC), waarin wordt opgeroepen om de circulaire hefboom uit te werken tot wetgeving en toe te werken naar invoering, kreeg in 2025 een ruime meerderheid van 109 zetels.
Onder het Nederlandse volk is ook veel steun voor een circulaire hefboom: 86 procent van het Nationaal Burgerberaad Klimaat stemde voor.
Dat geeft een helder signaal: dit is geen theoretisch idee, maar een voorstel met serieuze basis.
Hoe brengt de circulaire hefboom marktverandering ten opzichte van de UPV?
De meeste producenten betalen binnen een UPV hetzelfde bedrag, of hun product nu duurzaam is of niet. Er wordt dus meestal geen verschil gemaakt. Soms gebeurt dat wel. Dan krijgen duurzamere producten korting en minder duurzame producten een toeslag. Dat heet ecomodulatie.
Brussel wil dat dit vaker gebeurt en maakt daar regels voor. Maar ze zeggen alleen dat dat verschil er móét zijn, niet hoe groot het verschil moet zijn. Daardoor kan een producentenorganisatie het minimaal invullen. Bijvoorbeeld: 1 cent korting geven. Dan voldoen ze aan de regels, maar het maakt voor bedrijven geen echt verschil. En als het verschil te klein is, verandert de markt ook niet. Bedrijven gaan hun product er niet voor aanpassen.
Wil je wel dat bedrijven andere keuzes maken, dan moet het prijsverschil groot genoeg zijn om dat te voelen in de businesscase. Dan wordt prijs een echte prikkel - een circulaire hefboom. Daar kan de overheid op sturen. Door duidelijke en stevige prijsverschillen af te dwingen, zorg je dat de markt echt in beweging komt.
Waarom is er met de huidige UPV-regeling geen businesscase voor circulariteit?
De bedragen die producenten via de UPV betalen, zijn in veel sectoren te laag. Ze dekken soms net de kosten voor afvalverwerking, maar daar blijft het bij. Er blijft dus geen geld over om te investeren in betere, circulaire oplossingen eerder in de keten, zoals ontwerp of hergebruik. En zonder die investeringen ontstaat er geen businesscase voor circulariteit. Een circulaire hefboom pakt dat anders aan. Die zorgt dat er wel genoeg geld in het systeem zit om de hele keten in beweging te krijgen, juist aan de voorkant.
Waarom is de circulaire hefboom nodig als veel bedrijven al verduurzamen?
Veel bedrijven hebben de eerste stappen al gezet. Maar daarna wordt het vaak lastig. Circulaire materialen zijn nog regelmatig duurder dan nieuwe, fossiele alternatieven. Tegelijk zorgen prijsschommelingen op de grondstoffenmarkt voor onzekerheid. Dat maakt investeren in circulaire productie spannend, zeker op de lange termijn.
De circulaire hefboom helpt dat prijsverschil kleiner te maken. Zo krijgen bedrijven die willen doorpakken meer ruimte om circulaire producten en innovaties op te schalen.
Welke problemen lost de circulaire hefboom op ten opzichte van de eerder voorgestelde nationale circulaire plasticnorm?
De nationale circulaire plasticnorm had een helder doel, maar bracht ook praktische problemen met zich mee:
de norm gold alleen voor Nederlandse bedrijven;
de administratieve lasten liepen op;
de prikkel zat op een plek in de keten waar vaak niet wordt bepaald welke materialen in producten terechtkomen.
De circulaire hefboom pakt dit anders aan. De regeling geldt voor zowel Nederlandse productie als import. Daarnaast maakt het systeem gebruik van digitale productdata die vanuit Brussel toch al verplicht wordt. Ook komt de prikkel terecht bij de producenten die materiaalkeuzes maken.
Dat zorgt voor een eerlijker speelveld, minder extra administratie en een sterkere stimulans voor circulaire keuzes.
Worden producten duurder voor consumenten?
Bij sommige producten kan de prijs in het begin iets stijgen. Vooral bij producten die volledig uit nieuwe fossiele materialen bestaan, zoals een shirt van honderd procent nieuw polyester.
Tegelijk maakt de circulaire hefboom investeringen in circulaire materialen aantrekkelijker. Hoe groter die markt wordt, hoe goedkoper circulaire alternatieven kunnen worden. Op termijn zorgt dat voor een sterkere en betaalbaardere circulaire economie. Met minder afhankelijkheid van grillige wereldmarktprijzen.
Wat gebeurt er met de opbrengsten van de heffing?
De opbrengsten gaan terug de markt in via een transitiefonds voor de circulaire economie. Daarmee krijgen producenten een aantrekkelijker alternatief voor nieuwe fossiele materialen.
Het eindrapport van de plastictafel noemt onder andere deze investeringen:
innovatie;
subsidie voor onrendabele toppen;
kwaliteitsverbetering van recyclaat;
ketensamenwerking;
consumentenbewustzijn.
Zo helpt de circulaire hefboom niet alleen om fossiele materialen duurder te maken, maar ook om circulaire alternatieven sneller opschaalbaar te krijgen.
Leidt de circulaire hefboom tot meer administratieve lasten voor bedrijven?
De verwachting en inzet is van niet. De circulaire hefboom maakt gebruik van data uit het Digitaal Productpaspoort. Veel sectoren moeten die informatie vanuit Europese regelgeving toch al aanleveren.
Met die data kan de overheid de circulaire hefboom grotendeels geautomatiseerd uitvoeren. De belangrijkste extra handeling voor bedrijven is dat zij een aanvraag kunnen doen bij het transitiefonds. Daarvoor moeten zij een voorstel indienen.
Geldt dezelfde aanpak voor alle sectoren die een Digitaal Productpaspoort krijgen?
Nee. De circulaire hefboom vraagt per sector om een andere uitwerking. Dat geldt zowel voor de heffing zelf als voor de investeringen vanuit het transitiefonds.
De praktijk in de textielsector is immers anders dan in bijvoorbeeld plastics of bouwmaterialen. Wel blijft het doel overal hetzelfde: het prijsverschil tussen nieuwe fossiele materialen en circulaire alternatieven verkleinen, zodat circulariteit kan opschalen.
Zorgt de circulaire hefboom voor een eerlijk speelveld?
Ja. De hefboom geldt voor alle producten die op de markt komen, zowel uit Nederland als uit het buitenland.
Tegelijk investeert het transitiefonds in de Nederlandse circulaire economie. Daarmee kan bestaande circulaire industrie behouden blijven en ontstaat ruimte voor nieuwe bedrijvigheid. Dat maakt circulaire productie aantrekkelijker voor bedrijven die hier willen investeren en opschalen.
Ontvang regelmatig een update vol verhalen van ondernemers, politieke duiding, tools, downloads en events.