De circulaire hefboom in het kort
Willen we circulair opschalen en onszelf minder afhankelijk maken van buitenlandse grondstoffen, dan moeten we circulair ondernemerschap anders gaan waarderen. Dat vraagt om eerlijke beprijzing van nieuwe fossiele materialen en gerichte investeringen in circulaire schaal om de markt in beweging te brengen. Future Up ontwikkelde een instrument die dit realiseert: de circulaire hefboom. De opbrengst van de heffing op fossiel wordt geïnvesteerd in bedrijven die materialen in de economie houden. Kortom, de vervuiler betaalt de investeringen van bedrijven die inzetten op circulair.
De circulaire hefboom is ontwikkeld door Future Up tijdens de Plastictafel, samen met bedrijven en organisaties uit de Nederlandse plasticketen. Door het omvallen van vele recyclers stond aan tafel één vraag centraal: hoe maken we circulaire materialen de rationele keuze in plaats van de duurdere optie?
Via het systeem van de circulaire hefboom wordt geld geïnvesteerd in circulair. Dit gebeurt door alle bedrijven die een product op de Nederlandse markt zetten een heffing te laten betalen over het aandeel nieuwe fossiele materialen in eindproducten waar een Digitaal Productpaspoort voor geldt. In eerste instantie gaat dit om de categorieën textiel, bouw, elektronica en matrassen.
De opbrengst van die heffing gaat naar een investeringsfonds dat investeert in alle bedrijven in de keten die bekostiging nodig hebben voor circulaire innovatie, oplossingen, projecten en infrastructuur. Zo verschuift het financiële voordeel in de markt naar circulariteit, waardoor hergebruikte/gerecycelde materialen én niet-fossiele materialen aan terrein winnen. Dit creëert een eerlijk speelveld voor ondernemers die voor circulair kiezen.
Hoe minder bedrijven nieuwe fossiele materialen in hun producten stoppen, hoe minder de circulaire hefboom ophaalt. Dat is precies de bedoeling: de circulaire hefboom wordt uiteindelijk irrelevant omdat alle materialen circulair zijn.
Nieuwe fossiele materialen zijn vaak goedkoper dan circulaire alternatieven. Daardoor blijven circulaire initiatieven klein en komt opschaling niet van de grond. Dat is geen kwestie van onwil, maar van prijsprikkels. Zolang fossiel financieel aantrekkelijker blijft, verandert de markt niet vanzelf. Daar zijn spelregels voor nodig. Bij de energietransitie zagen we dit ook. Een verplichte warmtepomp bij nieuwbouw, of fiscaal voordeliger elektrische auto’s kopen met als resultaat meer elektrische rijders. Deze ingrepen door de overheid waren essentieel om gezonde marktwerking op gang te helpen.
Net zoals gerichte maatregelen eerder de energiemarkt in beweging brachten, zorgt de circulaire hefboom voor nieuwe spelregels in de materialenmarkt. Essentieel voor Nederland om het overheidsdoel van een volledig circulaire economie in 2050 te halen.
Een meubelbedrijf verkoopt een stoel aan een Nederlandse consument die voor vijftig procent uit nieuwe plastics bestaat. Over dat deel betaalt het bedrijf een heffing. Over het deel met gerecyclede of niet-fossiele materialen niet.
Het fonds investeert in sterkere recyclaten en betaalbare biobased alternatieven. Daardoor wordt het voor het meubelbedrijf fiscaal voordeliger en aantrekkelijker om te werken met circulaire materialen. Hoe circulairder het product, hoe lager de afdracht.
Zo ontstaat een hefboom in de hele keten.
EU-lidstaten bepalen zelf hun belastingen en dus financiële prikkels. Als je deze belastingen inzet als circulaire hefboom, werkt het zo: via prijsverschillen maak je duurzame en circulaire keuzes aantrekkelijker en vervuilende producten relatief duurder. Zo’n heffing of belasting mag gelden voor alle bedrijven die hun producten op de Nederlandse markt verkopen, dus zowel Nederlandse als buitenlandse aanbieders. Een plastic shirt van SHEIN wordt dan op dezelfde manier belast als een plastic shirt van een Nederlands merk.
Ministeries en juristen werken deze circulaire hefboom momenteel uit tot een wet. Ook werken consultancypartijen aan de impactanalyse van deze circulaire hefboom. Zie hier de laatste Kamerbrief over de hefboom.
Op 10 maart (16.00 – 17.00 uur) organiseren we een online sessie over de circulaire hefboom. Hierin vertellen we je meer over de hefboom en is er volop ruimte voor vragen en discussie. Aanmelden kan op de pagina achter de knop hieronder.
Hoe verhoudt de circulaire hefboom zich tot de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV)?
De Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid, kortweg UPV, is een bestaand instrument van de overheid. Het principe is simpel: een sector krijgt doelen voor afvalverwerking. Bijvoorbeeld dat negentig procent van de producten van een sector moet worden gerecycled. Bedrijven mogen vervolgens zelf bepalen hoe ze dat organiseren, vaak via een gezamenlijke stichting.
UPV’s zijn belangrijk. Ze zetten druk op goede afvalverwerking en zorgen dat producenten verantwoordelijkheid nemen. De circulaire hefboom is niet nodig als UPV's voldoende snel en integraal een transitie in een keten weten aan te jagen richting circulair. Maar in de praktijk zien we ook de grenzen van sommige UPV's.
In een aantal sectoren worden de doelstellingen niet gehaald. Partijen die de circulaire keten draaiend moeten houden – inzamelaars, sorteerders, recyclers en biobased producenten – krijgen vaak net genoeg middelen om de basis draaiende te houden. Geld voor innovatie, automatisering en opschaling ontbreekt meestal.
Daarnaast stuurt een UPV juridisch gezien op afvalverwerking. Terwijl een circulaire economie juist vraagt dat producten zo lang mogelijk géén afval worden. Deze circulaire hefboom stuurt dus op een ander aspect van circulariteit.
Als een UPV goed functioneert en een sector op koers ligt richting 2050, dan is een circulaire hefboom niet direct nodig. Hooguit als extra prikkel. Maar in sectoren waar het systeem onvoldoende versnelt – en dat is op dit moment vaker wel dan niet het geval – biedt de circulaire hefboom een aanvullend instrument om echt tempo te maken.
Kan de circulaire hefboom onderdeel worden van een UPV?
Nee, dat kan niet. En zelfs als het technisch zou kunnen, is het niet wenselijk.
Ten eerste is een UPV meestal georganiseerd via een stichting. Het ministerie van Financiën kan zo’n stichting niet aanwijzen als belastingplichtige voor een heffing op nieuwe fossiele materialen. Een stichting kan zichzelf opheffen en is daarmee geen stabiele partij om fiscale instrumenten aan op te hangen.
Daarnaast kan de overheid binnen een UPV niet sturen op de hoogte van een heffing zoals bij een belastinginstrument. Zeker nu steeds meer UPV-regels vanuit Brussel komen en fiscale bevoegdheden bij lidstaten liggen, is die ruimte beperkt.
Maar belangrijker: een UPV moet kostendekkend zijn. Dat is Europees vastgelegd. Dat betekent dat er niet structureel meer geld mag worden opgehaald dan nodig is voor de directe kosten van afvalverwerking.
Juist die extra investeringen – in innovatie, schaalvergroting en nieuwe technologie – zijn nodig om circulaire materialen echt concurrerend te maken. De circulaire hefboom creëert die ruimte wel.
Waar komt de circulaire hefboom vandaan?
De circulaire hefboom is ontwikkeld aan de zogenoemde Plastictafel. Dat was een initiatief vanuit de politiek om bedrijven, brancheorganisaties en maatschappelijke partijen uit de plasticketen bij elkaar te brengen. Future Up zat aan deze tafel en ontwikkelde de circulaire hefboom.
De concrete opdracht: kom met een uitvoerbaar alternatief voor de Nationale Circulaire Plastics Norm. Die norm moest het gebruik van gerecyclede content verplicht stellen, maar bleek in de praktijk complex en onvoldoende effectief. Bovendien lag de verplichting op een plek in de keten waar niet de strategische materiaalkeuzes worden gemaakt.
De circulaire hefboom pakt dat anders aan. In plaats van een bijmengverplichting stuurt het voorstel via de prijsprikkel. Het corrigeert de markt zonder het doel los te laten: meer gerecyclede en duurzame materialen in producten.
Is er draagvlak voor de circulaire hefboom?
Ja. De partijen aan de Plastictafel – van VNO-NCW tot Plastics Europe en van VNCI tot Natuur & Milieu – hebben hun handtekening gezet onder het eindrapport waarin de circulaire hefboom een belangrijk onderdeel is.
Dat betekent dat zowel het bedrijfsleven als maatschappelijke organisaties zich achter deze richting scharen.
Ook politiek is er steun. Een motie van Kamerlid Wingelaar (NSC), waarin wordt opgeroepen om de circulaire hefboom uit te werken tot wetgeving en toe te werken naar invoering, kreeg in 2025 een ruime meerderheid van 109 zetels.
Onder het Nederlandse volk is ook veel steun voor een circulaire hefboom: 86 procent van het Nationaal Burgerberaad Klimaat stemde voor.
Dat geeft een helder signaal: dit is geen theoretisch idee, maar een voorstel met serieuze basis.
Kunnen we dit niet beter in Brussel regelen?
Een wet uit Brussel vergroot de effectiviteit van een dergelijke maatregel. Echter is de circulaire hefboom een financiële maatregel met een belastingelement. Op een enkele uitzondering na laat Brussel belastingsaangelegenheden aan lidstaten. Future Up heeft veel aan gedaan om de hefboom te laten landen in Brussel. Dit heeft nog niet tot doorbraken geleid: op Europees niveau organiseren gaat niet vanwege het gelimiteerde mandaat dat Brussel heeft over fiscale maatregelen. Wel is er door meerdere Brusselse prominenten steun uitgesproken om deze circulaire hefboom in Nederland tot wet te maken.